
Sommige rechtbanken leggen de
volledige verantwoordelijkheid op de schouders
van de bestuurder die voorrang moet verlenen,
want ze zijn van mening dat de fout begaan door
de bestuurder die nalaat zijn rechterpinkers te
doven, niet als oorzaak van het ongeval kan
aangemerkt worden (1).
Indien de bestuurder op de voorrangsweg enkel
zijn richtingaanwijzers heeft laten pinken maar
anderzijds zelfs niet heeft vertraagd bij het
naderen van het kruispunt, dan zal hij nog
minder gemakkelijk verantwoordelijk worden
gesteld (2).
Zo kan men bijvoorbeeld niets verwijten aan een
bestuurder die bij het naderen van een kruispunt
waar hij rechtdoor wil rijden, een
inhaalmanoeuvre beëindigt en dan naar rechts
pinkt om aan te duiden dat hij opnieuw naar de
rechterkant van de weg gaat uitwijken (3).
Er werd trouwens nog bij andere gevallen beslist
dat men uit het gebruik van de
richtingaanwijzers niet zomaar mag afleiden dat
de bestuurder wil afdraaien, want met de pinkers
kan men ook nog andere intenties aangeven, b.v.
dat men vlak na het kruispunt rechts wil
stilhouden.
Zo ook werd beslist dat de bestuurder die vlak
voor een kruispunt zijn rechterpinkers doet
werken omdat hij op korte afstand voorbij dit
kruispunt naar rechts wil afdraaien, geen fout
begaat (4).
Maar anderzijds hebben de rechtbanken ook
meermaals de verantwoordelijkheid voor het
ongeval ten laste gelegd van de bestuurder met
voorrang, omdat deze de andere bestuurder had
misleid door zijn pinklichten te laten branden
hoewel hij rechtdoor reed (5).
Sommige rechtbanken stellen als bijkomende
voorwaarde, op dat de verantwoordelijkheid van
de bestuurder met voorrang zou betrokken zijn,
dat deze aan lage snelheid zou hebben gereden en
aldus de indruk wekte aan het kruispunt te
willen afslaan (6), of nog dat zijn knipperlicht
nog altijd brandde toen hij zich al op het
kruispunt bevond (7).
Ook het Hof van Cassatie heeft meer dan eens
vonnissen bevestigd waarbij de bestuurder die
naar rechts knippert maar op het kruispunt
rechtdoor rijdt, verantwoordelijk wordt gesteld
(8).
En tenslotte zijn er ook verscheidene gevallen
waarin de rechters beslisten de
verantwoordelijkheid te delen, namelijk wanneer
men beide bestuurders een fout kon verwijten die
in oorzakelijk verband staat met het ongeval
(9).
Zo besliste de rechtbank in Brugge (10) dat de
bestuurder op de voorrangsweg een fout had
begaan door zijn pinklichten niet af te zetten,
maar dat ook de andere bestuurder een fout had
begaan door alleen op basis daarvan aan te nemen
dat die bestuurder naar rechts zou afdraaien.
Al bij al hangt de uiteindelijke beslissing over
de verantwoordelijkheid dus in grote mate af van
de concrete omstandigheden van het ongeval, en
van de wijze waarop die door de rechtbank worden
beoordeeld.
(1) Corr. Brussel
6/3/1987, Verkeersrecht- Jurisprudentie, 88/95
(2) Antwerpen 30/4/1986, R.G.A.R. 1988, 11.337;
Antwerpen 16/12/1987, Verkeersrecht-
Jurisprudentie, 88/96; Pol. Nijvel 20/4/1998,
R.G.A.R. 2000, 13.190.
(3) Rechtb. Leuven 16/4/1985, Verkeersrecht-
Jurisprudentie 85/99
(4) Brussel 11/4/1995, R.G.A.R. 1996, 12.622
(5) Vredegerecht Brussel 15/9/1986,
Verkeersrecht- Jurisprudentie 87/34; Bergen
3/10/1989, Verkeersrecht- Jurisprudentie 90/137;
Rechtb. Mechelen 9/6/1993, Verkeersrecht-
Jurisprudentie 93/129; Rechtb. Brussel
27/4/1994, Verkeersrecht- Jurisprudentie 95/14
(6) Rechtb. Brussel 7/3/1986, Verkeersrecht-
Jurisprudentie 87/34
(7) Vredegerecht Brussel 13/7/1989,
Verkeersrecht- Jurisprudentie 90/31
(8) o.m. Cass. 10/1/1963, Pas. I, 1061 et Cass.
25/1/1971, Pas. I, 482
(9) o.m. Corr. Tongeren 22/6/1988,
Verkeersrecht- Jurisprudentie 89/13 (10) Rechtb.
Brugge 28/5/1998, T.A.V.W. 1998, 228.